Een boze wolf, die heel eng of toch liever niet eng is.

Afgelopen zondag speelde ik Roodkapje. Omdat er ook een aantal behoorlijk kleine kinderen op de tribune zaten, vroeg ik hoe ze wilden dat ik de wolf zou spelen.

Heel eng? Meerdere enthousiaste vingers. Een beetje eng? Nog wat enthousiaste vingers. Eigenlijk helemaal niet eng… Toch nog flink wat vingers.

Ik stelde ze gerust door te vertellen dat ik maar zou doen alsof, dat het niet echt was en dat ik mijn best zou doen om een wolf te spelen die heel eng was en eigenlijk helemaal niet eng.

Tijdens de introductiescène van de wolf barstte een klein meisje met rode wangetjes in tranen uit. Ik had de wolf op een schaal van 1 tot 10 ergens rond de 6 gespeeld. Niet erg eng en niet erg onverwacht dacht ik. Maar voor dit popje was het al iets te veel. Maar waar blijf je als er ook kinderen zijn die lekker willen griezelen?

Ik adviseerde de moeder om veilig met haar dochtertje op de achterste rij te gaan zitten. Want ook zonder wolvenmuts had ik nu iets bedreigends gekregen. Het meisje drukte haar gezichtje veilig tegen haar moeders borst aan toen ik haar heel lief vertelde dat ik maar net deed alsof. Een mevrouw die zo kan grommen, die is natuurlijk niet te vertrouwen.

Vanaf dat moment liep de wolf op eieren. Precies zo eng doen dat het op de voorste rij lekker griezelen is en toch nog veilig voor de achterste rij.

Het ging allemaal prima tot de beroemde scene waarin de wolf roodkapje in één hap opeet. Ik speelde de wolf, die deed alsof hij grootmoeder is. Mijn stem in een vreemde spagaat.

“Grootmoeder wat heb je een grote oren”

“Dan kan ik je beter horen lieve kind”

“Grootmoeder wat heb je een grote ogen”

“Dan kan ik je beter zien mijn kindje”

“Maar grootmoeder wat heb je een grote mond.”

“Dan kan ik je beter opeten!!!!”

En de wolf die zich de hele tijd had moeten inhouden sprong op en slokte grommend en smakkend Roodkapje op. Ik schrok er zelf haast van.

Even was het stil. Niemand huilde. Zelfs de opgegeten roodkapje zat giechelend onder mijn doorzichtige rok. Ik haalde opgelucht adem. Het meisje met de appelwangetjes zat op de achterste rij veilig tegen haar moeder aangedrukt. De boze wolf met enorme buik kon rustig gaan slapen. 

Het Kamertheater, Zutphen
TYPO3 website by NetCoop.nl